Ingedeeld onder: Erasmus
Het was een 12de dag van een 12de maand. Terwijl het licht uit de lucht verdween vond ik het geschenk dat ik nog miste. Ik plooide cadeaupapier over een boek en een wereldbol en schreef woorden op kaartjes. Ik klom door een raam en we aten pasta omdat dat altijd in de kast lag. Het zal er zelfs waarschijnlijk nog te vinden zijn, al is het dan niet meer de onze.
Het raam werd gesloten en omdat de tafel nodig was voor koekjes moesten de pakjes ergens anders heen. De strijkplank werd een pakjestafel die we kerstboom noemden. We hingen er zelfs een slinger aan. Ik danste door de keuken met een papieren kroon op mijn hoofd op tonen van een cliché kerstnummer. Het papier werd gescheurd en briefjes gelezen.
En toen keken we film, al weet ik niet meer wat, we staarden zo vaak naar een scherm in de keuken. Eigenlijk was het een avond zoals vele andere, maar dat was het niet. Vraag me alleen niet waarom. Er hing iets in de lucht dat in mijn hoofd is blijven hangen. Alleen moet ik even puzzelen om het terug te vinden.
Ingedeeld onder: All About Me, regenachtig | Tags: draak, ideekids, kleuters, parachute, regen, ridders, sprookjeskamp, toverfee
Want ze kunnen allemaal zo veel. Dat er iemand anders aan het praten is, of dat je met drie andere maantjes bezig bent, maakt hen niets uit. Sommigen zijn gezellig stil. Ze zitten ergens op een andere dimensie van sprookjesland rond te dwalen tot je hen er zachtjes terug uittrekt. Voor even dan.
De maantjes werden even ridders en jonkvrouwen die op expeditie de draak even wakker maakten. De draak, vermoeid omdat ze de vorige nacht niet in slaap geraakte, probeerde hen te vangen voor ze terug in het kasteel geraakten, maar tevergeefs.
Eén ridder werd verjaardagsgekroond en trakteerde op een onmogelijk te snijden, maar heerlijke taart. Té groot voor 22 sprookjeskampgangers en hun toverfeeën, die vandaag nog even konden genieten.
Toen ik huiswaarts wou keren, een beetje vroeger, werd ik tegengehouden door J en A en C en dat kon ik niet aan, dus heb ik me even moeten overgeven. Toch ben ik voor hen thuisgeraakt.
Ik moest immers nog een andere J – die eigenlijk hetzelfde heet als de eerste, maar dan anders geschreven- gaan vieren. Ze werd volwassen in heel de wereld en trakteerde ons op een overvloed aan eten en wijn.
Ik druk eens een keertje minder op de eigenlijk-heb-ik-nog-wel-tijd-knop om op tijd te vroeg te zijn. Want we maken een tocht over rivieren en bospaden, over hekken en onder prikkeldraad. Die onthullen we als de draak eindelijk gaat slapen, zodat hij onze sprookjeswereld niet verwoest. Zo reisden ze sprookjesland rond. Sommige sterretjes vinden hun weg niet in het licht, hoe vaak ze het parcours al niet hebben afgelegd. Maar het is nog vroeg en er vallen verrassend weinig traantjes.
En toen werden ze moe. Dat waren ze eigenlijk al en wij ook. Maar op matten rusten lukte, maar voor enkelen en de rest trotseerde de draak.
Ik testte het effect van windvlagen op een bontgekleurde parachute met mijn maantjes tot de regen ons vond en we terug binnen moesten duiken. Maar binnen ging het avontuur verder.
We dansten ook even, in een kring, op muziek van toen ik niet veel ouder was als hen, voor hen onbegrijpelijk.
En toen kwamen er mama’s en papa’s en knuffels en ging de draak weer slapen. Tot morgen dan maar.
Ingedeeld onder: All About Me | Tags: assepoester, fee, ideekids, kamp, sprookjes, toveren
Tweeëntwintig kleuters groter en kleiner verdeeld tussen mij en de andere. Ze hebben hippe namen zoals Zita en Wilko. Soms dromen ze weg terwijl je een spel uitlegt. Ik ben hun roos-geel-zilveren toverfee, maar ze noemen me juf omdat ze mijn naam niet altijd kunnen onthouden. Zij zijn mijn maantjes, net iets groter als de sterretjes van de andere toverfee. Ze giechelen graag, allemaal. Ik toverde hen Abracadabrakabimbambeirenwijgaanopsprookjeskamp naar sprookjesland. Want zo simpel is dat.
Ze willen alles aan mij vertellen en dan liefst allemaal tegelijk. De meest triviale weetjes die voor hen logischerwijs in de conversatie passen. Ze luisteren met grote ogen en open monden als ik een verhaal vertel en kunnen niet wachten tot ze de bijbehorende plaatjes kunnen zien.
Er is er eentje die af en toe plots van een op een afstand kijkt. Ze eet haar koekje een meter verder op en als ik naast haar ga zitten en haar vraag of ze het niet leuk vindt, dan antwoordt ze dat ze het wel leuk vindt, en de anderen, die vindt ze ook wel leuk. Eigenlijk weet ze niet waarom ze daar zit. En als ze het even later uitgiert als ze de cactus is en iemand in de billen mag knijpen, weet ik weer dat het ook echt goed zit.
We spelen eilandbal met hoepels en doen even alsof we allemaal Assepoester (en haar broer: Assepoetser) zijn. Dansen is hun sterkste kant niet en ballen vangen nog veel minder. Maar leuk is het wel. Elkaars naam onthouden lukt enkel tijdens spelletjes, maar wanneer we het echt testen, kennen ze niemand meer. We kleuren met wascos en schrijven onze namen op de achterkant.
We hebben een draak op kamp, in wiens buik je springen kan. Bijna was hij onthoofd, zijn nek gedraaid tot we hem terugdraaiden en hij weer trots kon uitkijken over de sportzaal. Wanneer ik het springkasteel betreed, word ik aangevallen. Maar ik krijg ook kusjes. Want ze zijn ook wel lief.
En ze kunnen enorm veel lawaai maken.
Ingedeeld onder: Erasmus | Tags: frans, London, musical, orange lemonade, Spamalot
Het is donderdagavond, de week voor kerst. We vinden onze weg naar de West End, bijna te laat, omdat mijn reisgenote erin is geslaagd haar verrekijker, die ze speciaal voor de gelegenheid heeft aangeschaft, te vergeten. Dat ontdekte ze net voor we op de metro stapten. Ze moest dan ook per sé teruglopen. Gelukkig zijn we wat vroeger vertrokken. Zéér gelukkig, want wanneer zij zo zeker is van een bepaalde metro, zijn we langer onderweg.
Maar nu staan we op de West End, voor het Palace theater, waar we zonet van Spamalot, een Monty Python-geïnspireerde-hilarische-fantastische-parodieopalleanderemusicalsmaarvooralLoydWebbertoestanden musical hebben genoten. We bellen onze andere reisgenote, die wat later is aangekomen in Londen en een dutje deed in haar hotelkamer. Bovendien had ze Spamalot al gezien.
We besluiten iets te gaan drinken in een gezellige pub. Nadat we een plaatsje hebben gevonden, ga ik bestellen. Voor ik de volgende dialoog schrijf, moet ik jullie er even op wijzen dat in Aberystwyth het zeer normaal is om in een café een orange limonade te vragen en een glas met appelsiensap en gewone limonade (meestal uit een soort spuit) te krijgen.
Me: Two pints of Carling and an orange lemonade please.
Bartender: Yes (starts drafting beers) Two pints and a what?
Me: An orange lemonade
Bartender: (looks confused)
Me: (noting his French accent) C’est du jus d’orange avec de la limonade.
Bartender: Ah. (asks something to other guy behind bar and gets orange lemonade) C’est …
Me: Merci
Plots stop je met schrijven. Het is zoals het dagboekschrijven dat je meestal maar een week volhield en soms zelf maanden aan een stuk tot je het beu was. Omdat je het één dag vergeet, en dan twee en dan de tel kwijtraakt en zoveel te vertellen hebt dat je er niet meer terug aan wil beginnen. Ze kunnen nu eenmaal de foto’s makkelijk volgen en de verhalen zal je ze wel zelf wel vertellen als je hen ziet. Sommige verhalen wou je liever niet opschrijven, maar andere gesprekken had je misschien toch wel willen bewaren. Gelukkig werden leuke quotes vaak opgeschreven op een blad op de muur, een blad dat liefkozend “The Wall” werd genoemd, niet alleen wegens zijn plaats, maar ook een intertextualiteit, of zeg je dan intermedialiteit ofzo, met het gezichtsboek. Dus zal je af en toe misschien wel eens een herinnering proberen op te halen. Vaak met wat hulp van je duizenden foto’s (en dat is geen overdrijving).
Het is vroeg in de ochtend. We staan met z’n achten op het busperron. Ze vertrekken met twee naar Afrika voor vijf weken. We zijn allemaal te laat gaan slapen. Twee wekkers hadden we opgezet zodat hij zeker op tijd zou wakker worden. Ik probeerde nog even verder te slapen terwijl hij opstond, hij moest zijn rugzag nog even gaan halen. Bijna was ik te laat, een keertje te veel op de snoesknop gedrukt, maar dat bleek een illusie te zijn, want hij was er zelf nog niet terug geraakt. Pril nemen we afscheid tot de volgende elektronische postberichten. We nemen een foto, die later bewogen blijkt te zijn, poëtisch, vind ik. Gisteren namen we scherpe foto’s bij de zonsondergang, groepsfoto’s op de laatste dag dat we met z’n allen samen zijn voor een onbepaalde tijd. Zij stappen op de bus en wij wuiven tot we hen niet meer zien. Richting zee beslissen we nog even terug te gaan slapen. We hebben nood aan koekjes en ben and jerry’s, maar houden het bij fastfood en de wekelijkse caféquiz, die we tot onze grote verbazing winnen. De laatste berichtjes voor hij zijn gsm achterlaat, laten me lachen.
Toen ik vorige vrijdag geld ging afhalen om mijn ticket voor de headphone disco van zaterdag te betalen, kwam ik Eszter tegen aan de geldautomaat. Eszter komt uit Hongarije en gaf me een compliment over mijn handtas/laptopzak/koffer voor korte tripjes.
Ik: It’s from H&M
Zij: Ah, yes, I wish there was one here.
Ik: I think there’s one in Cardiff.
Zij: We’re going to Cardiff tomorrow. If you want to come?
Ik: Oh, well, I don’t know. How are you going?
Zij: By bus. It’s leaving really early.
Ik: And who’s going with you?
Zij: Well, Nicole for sure and the rest I don’t know yet.
Ik: Well, I’ll let you know tonight if that’s okay.
Zij: Sure, see you around.
Om 6u20 zat ik dus op een bus richting Cardiff. Een rit die vier lange uren duurt, vooral omdat je op een gewone lijnbus zit en dat niet echt aangenaam is. Zelfs met mijn extreem vreemde zithoudingen vond ik geen manier om comfortabel te zitten. Gelukkig wachtte er in Cardiff ons een warm welkom. Twee Duitsers (Andreas en Christina), een Hongaarse (Eszter), een Amerikaanse (Nicole), een Fin (Visa) en ik. Toevallig waren er ook twee andere exchange students op weg naar Cardiff, Dana en Aubrey, twee van de weinige mensen die hier een heel jaar blijven. Zij bleven echter een heel weekend in Cardiff en we zagen hen dan ook enkel op de bus en even in het park, maar daarover meer later.
Een echte planning hadden we niet, dus moesten we voortgaan op een Duitse en een Hongaarse reisgids. Die bleken ook niet helemaal overeen te komen, maar gelukkig is Cardiff niet zo enorm. We stippelden min of meer een weg uit en besloten naar het kasteel gaan. Het plan was om dat te bezoeken, maar de inkomprijs was 7,5 pond, iets te veel naar onze zin. Dus liepen we wat rond in de stad en bewonderden we de gebouwen.
Ik had gelijk, er was inderdaad een H&M, nog iets kleuriger dan de Belgische varianten. Toch vond iedereen er iets, al was het in mijn geval enkel een zwart t-shirt en sokken. Topshop was ons net iets te Brits en de mooie dingen waren ons net iets te duur. Hadden de lelijke dingen wat goedkoper geweest, dan hadden we ze waarschijnlijk gekocht voor Halloween. De pure horror was Primark, een goedkope keten. Hoe de kleding eruit ziet, kan ik je niet vertellen. Het was bijna onmogelijk om binnen of buiten te gaan en ik hou nu eenmaal niet van massa’s. Tot overmaat van ramp verloren we Nicole (die wel iets vond) in de chaos. Na even op haar buiten te wachten, ging Eszter toch maar terug naar binnen om haar te zoeken, maar al snel stond ze terug buiten bij Christina en ik (de jongens hadden niet echt zin om mee te komen winkelen). Het duurde even voor Nicole doorhad dat haar gsm afstond. Ondertussen zaten we op de grond in het midden van de winkelstraat en liepen de mensen in een boog om ons heen.
Na Burger King (ubervettigheid, hurrah!) zaten we nog even in een park voor we terug de bus op moesten. Weer vier uur onaangenaam zitten en een poging doen te slapen…
In plaats van vroeg onder de wol te kruipen, ging ik vervolgens naar de Headphone disco. Absoluut niet te missen en ik had op voorhand al een ticket gekocht, dus er was geen enkele reden om er niet te zijn. Een hoop mensen die enorm valszingen of naar elkaar staan te roepen omdat ze vergeten dat ze een koptelefoon ophebben en er geen muziek in de zaal is, hilarisch is dat. In plaats van één dj, kon je kiezen tussen twee kanalen, waardoor iedereen dus op andere muziek danste, zong en reageerde op de oproepen van de platendraaiers. Leuk was het alleszins en ik had nadien mijn stem nog, dit zou men meer moeten doen…
Ingedeeld onder: Erasmus, regenachtig | Tags: Erasmus, hagel, improvisatie, les, regen, tv, Wales
Er was een nacht regen voor nodig om een schone plas te vormen in het stuk van de keuken dat ooit een deur was. Het is niet helemaal duidelijk of het water via het dak of eerder via de toegemaakte deur de weg naar onze vloer vond en het zou wel eens van beide kanten kunnen komen. Omdat plassen alleen maar leuk zijn als ze buitenshuis liggen en je erin kan springen met laarzen, ging ik dus naar het accomodation office, waar ik overigens ook een inventarislijst moest gaan halen, later meer daarover.
We zaten met zen drieën in de keuken toen we plots onze deur hoorden opengaan terwijl de bel ging. Dit is een gewoonte die alle andere maintenance mensen die ik in de laatste drie dagen hebben gezien toepasten. Op zich allemaal niet zo’n probleem, ware het niet dat onze deur openstaat met behulp van onze niet zo behulpzame stofzuiger. De keukendeur is namelijk een branddeur die niet geblokkeerd mag worden. Zonder enige subtiliteit probeerden we dit te verbergen door de stofzuiger te verplaatsen, maar gelukkig kwamen de twee vriendelijke mannen enkel eens kijken naar onze lek. Die zou trouwens worden opgelost wanneer het stopte met regenen. Het is ondertussen al menige halve dagen gestopt met regenen, maar van werken nog niets gezien. Deze ochtend lag er een nieuwe plas.
Woensdag moesten we naar een verplicht praatje van de fire brigade. Omdat ze aanwezigheden gingen opnemen en we niet wiste hoe ze dat zouden doen, hebben we dus een half uur naar dingen moeten luisteren die we al lang wisten. Er werd wederom gehamerd op het feit dat we de fire doors toe moeten houden. Allemaal goed en wel, maar ze zeggen dan ook dat je een raam moet openzetten terwijl je kookt, zodat er geen vals alarm afgaat. Fantastisch is dat, want wij hebben wel ramen, maar die gaan niet open. Nuja, gisteren zijn er twee vriendelijke dames de fire safety komen checken en de deur was toevallig toe.
Diezelfde avond eindigde een verjaardagsfeestje voor een Frans meisje dat ik voor ik erheen ging niet kende op de campus, in the Union, het lokale BSG, maar dan beter. Dan denk je dat je naar The Academy gaat, een gebouw met zuilen dat een café blijkt te zijn, maar na een uur ben je al weer naar boven aan het wandelen. In The Academy bewezen enkele Britse meisjes nog eens dat ze vreemd zijn. Twee groepen schaars geklede dames in verschillende soorten fancy dress stonden tegenoverelkaar op het tweede verdiep dat niet volledig dicht is, naar elkaar te roepen en zuipwedstrijdjes te houden of wat dat ook moest voorstellen. Charmant…
Bleek dat er in de Union nog wel meer volk was dat ik kende, eens boven en het was een leuk feestje, maar laat werd het niet, gezien de les Modern European Drama om 9 uur s’ochtends doorging.
Al zijn we nu nog maar een week bezig, ik zie de lessen volledig zitten, alleen al die deadlines die elkaar achternazitten zijn nog een beetje angstaanjagend. Volgende week beginnen ook de seminars, waar ik wel benieuwd naar ben. Het lijkt tot dusver wel een goede formule: lectures voor achtergrond en theorie en dan seminar voor de praktische kant van het hele gebeuren. Deze namiddag ging ik naar de lecture van American Popular Television, waar ik na een korte geschiedenis van de Amerikaanse televisieindustrie een aflevering van Studio 60 on the Sunset Strip bekeek. Die gaan we dan in het seminar bespreken…
Bizar feit: proffen hebben hier de gewoonte om hun mails te tekenen met hun voornaam. Nu weet ik niet meer hoe ik naar hen een mail moet sturen. Formaliteit is hier blijkbaar van minder belang, maar ik zal toch eens moeten horen bij mijn Britse medestudenten hoe zij de proffen aanspreken, kwestie van niet volledig voor gek te staan. Nuja, als ze het vreemd vinden, is er altijd dat magische zinnetje dat alle problemen oplost of alleszins verklaart: “I’m an exchange/erasmus student.“
Het hagelt buiten. Dat is niet de eerste keer dat dit gebeurt vandaag. Ik hoorde het deze ochtend al, toen ik een weg probeerde te vinden door administratieproblemen. Nu duren die buien meestal niet zo lang. Ze komen vaak ook onverwachter dan hun verdwijning. In de 10 minuten dat de afdaling van de campus naar het stadje duurt passeerde dan ook zo’n bui tussen de stukken blauwe lucht door. Dat gebeurt heel de dag door af en aan. Laagjes en regenbescherming zijn essentieel. Je weet nooit.
The Exploding Fish. Ik heb hen al vermeld en vandaag ben ik dan ook naar de eerste Devising Session geweest. Dolle pret, improviseren is altijd leuk. Het ging van zombies naar gekken naar dodelijke spinnen en aardbeienpudding die dodelijk kan zijn in combinatie met gummy babies, ofzoiets…
Ingedeeld onder: Erasmus | Tags: aberystwyth, Erasmus, freshers'flu, freshers'week, Ultimate Frisbee
Freshers’ flu: sommige mensen zeggen dat het door het studentendieet komt, andere door de gezonde mix van internationale studenten en de bacteriën die ze meebrengen. Ik steek het op het laatste. Al is het bij mij geen griep, geweldig voel ik me niet. Gelukkig checkt ik deze ochtend het zwarte bord: geen les vandaag…een extra dagje slapen en televisiekijken dan maar, nu nog hopen dat ik morgenochtend wakker en toch min of meer gezond naar mijn eerste les kan.
Een week is voorbijgevlogen sinds ik laatst een bericht op deze blog achterliet. Deze week was het dus Freshers week. Een week tijd krijg je om alles op orde te brengen, zestien keer de heuvel op en af voor informatie en handtekeningen op formulieren, te voet omdat je busabo pas na drie dagen klaar is en in een snikhete Sports cage drie opeenvolgende dagen naar de Freshers’Fair, Sports’Fair en Societies’Fair te gaan om te horen wie jou het best kan entertainen in de volgende maanden. De gelukkigen zijn geworden; The Courier, het studentenmagazine; The Exploding Fish, improvisatietheater en andere grappige dingen en Aberystwyth DanceSport, waar ik zal leren Rock-’n-roll dansen…
’s Avonds is het aangeraden aan alle internationale studenten om je een kriek te lachen met schaars geklede Britse meisjes op koude avonden. Moeilijk is dat niet. Je pikt er dan ook zo de internationale studenten uit, zeker in het binnenkomen of buitengaan van een feestje; ze zijn best te herkennen aan hun jas en trui, die de Britten blijkbaar nutteloos vinden, zij gaan liever in de kou naar feestjes. Ik zie al uit naar de winter…
Tot nu toe ben ik dan ook enkel weggeweest met ander mensen die graag een trui dragen op weg naar feestjes. Deze week vierden we dan ook de verjaardagen van twee Duitse meisjes, één op dinsdag en één op vrijdag. Telkens eerst afspraak op hun koten in Glyndŵr om dan vervolgens te eindigen in de bar waar ik toevallig naast woon; The Bay. Buiten nog meer Duitsers en Canadezen, heb ik deze week ook kennisgemaakt met enkele Italianen, Polen, Finnen (waaronder één individu genaamd Visa), een Zweedse en een Spanjaard.
Zaterdag ging ik om mijn roommate een plezier te doen mee naar de training van Ultimate Frisbee, zowaar een sport met spelregels. Niet aan te raden voor mensen met lange nagels trouwens. Het was best tof, maar ik zie mezelf niet elke week achter frisbees of mensen die de frisbee aan het gooien zijn te lopen. Ik zal misschien wel af en toe wat fotootjes gaan trekken en naar hun socials gaan, want het is een sympathieke bende.
Gisteren ben ik, hoewel de Freshers’Flu zijn intrede in mijn gestel al had gemaakt, de heuvel opgeklommen (bussen rijden hier ook minder op zondag), gaan dansen. Een talent ben ik niet, maar het was plezant, ik zie al uit naar volgende week…
Ingedeeld onder: 1, Erasmus | Tags: bier, drinking age, Erasmus, International student, Wales
SPAR kassa:
Man achter kassa: Can I see your ID please? (tegen mij weliswaar)
Ik: I’m sorry, I don’t have it with me. But he’s buying. (pointing to Mattias)
Man: Sorry, can’t sell it to you then.
Mattias: But I’m buying.
Man: Doesn’t matter.
Ik: I’m sorry, I’m 19, I just don’t have my ID with me.
Man: I’m not selling it to you.
Dat was ongeveer het gesprek dat we gisterenavond hadden in de SPAR, toen we twee pintjes probeerden te kopen. Je mag hier drinken van je 18de, maar ze mogen aan iedereen die er jonger dan 21 uitziet vragen naar identificatie. Dat Mattias 22 is en zijn pas wel bij had, mocht niet baten, hij mocht het niet kopen omdat ik erbij was. Redelijk belachelijk, maar kom. Gelukkig was er nog een winkel open om half tien ’s avonds en daar is hij dan alleen binnen gegaan. We dronken bier op het strand, wat nogal illegaal is hier, maar er is niemand komen klagen. Bovenbien word je niet zat van één pint en zaten er wel enkele zatte Britten op het strand en op de dijk.
Je zou zeggen dat ik ondertussen al geleerd zou hebben op te staan wanneer de wekker afgaat, maar vandaag bleek wederom het tegendeel. Ik werd wakker, zette mijn wekker af, draaide me om en viel terug in slaap. Ik heb in Brussel niet voor niets twee wekkers. Dus werd ik tien minuten voor ik zou vertrekken weer wakker. Niet zo slecht qua timing, maar mijn kotgenoot vond het best grappig, gezien ik normaal een uur op voorhand zou opstaan.
De derde kotgenoot, wederom een Duitse, genaamd Katja, is gisterenavond laat gearriveerd. Ze studeert Rural Science of zoiets in de aard en je ziet het ook aan haar. Gelukkig is ze heel vriendelijk en hoewel ze vegetariër is, stoort het haar niet dat we vlees eten. Het wordt dus voornamelijk koken met Mattias.
Gelukkig kan ik mij enorm snel klaarmaken. Twintig minuten is het wandelen voor je bovenop de heuvel de campus bereikt. Niet zo ver dus, maar een busabonnement zal toch handig zijn wanneer het hier terug begint de regenen. We kwamen stipt om 9uur aan in het Arts Center voor de International Meeting. We waren daarheen gelokt met ontbijt, maar dat kregen we niet, tot groot ongenoegen van onder andere Mattias, die echt niet zonder ontbijt kan en blijkbaar niet kon ontbijten op een stuk chocolade, dat ik toevallig nog in mijn handtas had zitten.
Na vele warm welcomes en informatie over allerlei diensten voor internationale studenten, dus ook voor postgraduates enzo, kregen we om 10u45 dan toch een uur coffee break. Met een gezonde dosis caffeine in ons lichaam zijn we dan onze bibliotheekkaarten gaan halen om vervolgens even in de zon te gaan zitten totdat het tweede deel begon.
Dat deel bleek veel korter en vooral informatie van de Student Guild, dus best wel interessant. Nadien was er lunch; sandwiches en veel te zoete koffiekoeken, of iets wat erop leek. De sandwiches vielen mee, maar er was iemand iets te enthousiast met de barbecuesaus omgegaan…
Om 14uur kon iedereen die wou een buddy krijgen, zijnde een student die al langer in Aber zit om ons rond de leiden enzo. Tot dan zaten we op de campus op picknicktafels in de zon.
Terwijl ik samen met Lotte (de Limburgse) en Anna (een Duitse) wachtte op de verdeling van de buddies, leerde ik enkel Canadezen kennen, zowel van het Engelstalige als het Franstalige gedeelte, zij zitten ook allemaal samen op kot, zoals ook alle Duitser tot hun grote frustratie allemaal samen zitten.
Mijn buddy heet Maddie, is oorspronkelijk van Noorwegen en speelt rugby. Ook weet ze vanbuiten wanneer je waar goedkope pinten kunt krijgen. Rugby hoop ik nooit met haar te spelen, want ik vrees dat ze me dan verpletterd, maar het zou nog wel grappig kunnen worden. Ik “deel” haar met Catherine, een Canadees meisje, die trouwens vond dat de studentendopen die ik beschreef wel tof klonken.
Mattias kan blijkbaar koken en maakte vanavond Chicken Tikka Masala, maar stiekem heeft hij wel vooral de instructies op de bokaal van de saus gevolgd.
Een ander Canadees meisje, Angie, had gevraagd of ik vanavond naar The Varsity (het WIFI café) kwam. Dus vertrok ik om 8u30 naar de bar die op 5 minuten van mijn kot ligt. Daar leerde ik nog meer Duitser kennen (ik denk dat ik ze ondertussen bijna allemaal ken) en een Hongaars meisje, die op het kot zit met Kazachstan. Best gezellig en het bier is er zeker te pruimen, ze hebben dan ook ongeveer tien verschillende bieren van het vat. De prijs is nogal vergelijkbaar met het Belgisch bier, 2 pond 10 voor een pint, maar dan wel een halve liter, dus dat is ongeveer drie euro… En voor wie echt enkel Belgisch bier wil, is er Stella. In de supermarkten vind je hier trouwens overal Stella en Leffe, en in de Somerfield vond ik ook Hoegaarden.
Al bij al ben ik nog redelijk vroeg thuis, dus nu kan ik rustig gaan slapen en morgen uitslapen. Ik moet pas op de campus zijn om 15uur. Morgen beginnen de lessen in België, ik hoop dat daar alles vlot verloopt voor iedereen en dat er veel nieuwe schachten hun weg naar LWK vinden…
en toen was ik er plots. Samen met een Duits meisje (Anke) zocht ik op het perron de mensen die ons kwamen afhalen. Het bord “Welcome International Students” trok onze aandacht en we gingen erop af. Nog voor we de jongen met het bord, die overigens groen haar had, bereikten, werden we aangesproken door meisjes in een blauw t-shirt met FFrind Friend op. Zij waren er om ons op te vangen en hoorden bij de Student’s guild, de mensen die zo slim waren een bord te maken waren van de Christian Union…niets voor mij dus.
Onze zakken werden in een camionette gezet en wij gingen te voet tot bij het accomodation office van de seafront residences.
Volgende stop het kot, in Carpenter hall (iets wat ik zowaar kan uitspreken), waar ik op het gelijksvloers een ruime kamer heb, met uitzicht op een hall genaamd Ty Gweryn en maar goed ook dat het geen seaview is, want mijn overbuur Mattias (ja, ook een Duitser) heeft nogal veel last van het lawaai op straat, mede omdat we naast een bar wonen en iedereen buiten moet roken en dat dus voor zijn raam doet…
Als avondeten koos ik gisteren toch voor fish and chips, het was lekker, maar de portie was echt belachelijk groot. Het uitzicht was prachtig, we zaten op een bankje te kijken naar de zee…
Al bij al een geslaagde eerste dag, we moesten wel internetten in een café omdat het op ons kot nog niet werkte, maar het bier was lekker, dus zo erg was dat niet. Er staat in onze unit nog steeds een kamer leeg en we hopen op een Brit, want hoewel we vandaag al wat materiaal zijn gaan kopen, zouden wat meer pannen en potten altijd welkom zijn.
Mijn kotgenoot is een toffe pee die hier naartoe is gekomen in zijn Volkswagenbuske. Daar hebben we vanochtend al gebruik van gemaakt om naar de campus te rijden om de computerproblemen die hij en onze onderbuurvrouw Kathy (wederom een Duitse) hadden en daarna zijn we daarmee ook inkopen gaan doen.
Net toen ik de koelkast had ingeladen kreeg ik een berichtje van Lotte (nee, geen Duitse, maar een Limburgse) en deze namiddag beklom ik dus de Constitution Hill voor het zicht, terwijl Lotte en de 3 Duitse meisjes waarmee we op weg waren het treintje namen. Ik was voor hen boven…
Daarnet zat ik aan nog op het strand foto’s te trekken, toen een jongen in een zwaar accent mij aanspraak met de vraag of ik een foto van hem kon trekken met de zon, hij was zijn fototoestel op de kamer vergeten ofzo. Natuurlijk ook een Erasmusstudent, maar dit keer niet uit Duitsland of België, hij komt uit Kazachstan, zijn naam kan ik niet onthouden en hij studeerde in Polen.
De pasta roept, dus ik ga die even in het water gooien. Foto’s komen en staan al voor een deeltje op facebook.





















