Hallo! Aandacht!

april 8, 2009 § 1 reactie

Want ze kunnen allemaal zo veel. Dat er iemand anders aan het praten is, of dat je met drie andere maantjes bezig bent, maakt hen niets uit.  Sommigen zijn gezellig stil. Ze zitten ergens op een andere dimensie van sprookjesland rond te dwalen tot je hen er zachtjes terug uittrekt. Voor even dan.

De maantjes werden even ridders en jonkvrouwen die op expeditie de draak even wakker maakten. De draak, vermoeid omdat ze de vorige nacht niet in slaap geraakte, probeerde hen te vangen voor ze terug in het kasteel geraakten, maar tevergeefs.

Eén ridder werd verjaardagsgekroond en trakteerde op een onmogelijk te snijden, maar heerlijke taart. Té groot voor 22 sprookjeskampgangers en  hun toverfeeën, die vandaag nog even konden genieten.

Toen ik huiswaarts wou keren, een beetje vroeger, werd ik tegengehouden door J en A en C en dat kon ik niet aan, dus heb ik me even moeten overgeven. Toch ben ik voor hen thuisgeraakt.

Ik moest immers nog een andere J – die eigenlijk hetzelfde heet als de eerste, maar dan anders geschreven- gaan vieren. Ze werd volwassen in heel de wereld en trakteerde ons op een overvloed aan eten en wijn.

Ik druk eens een keertje minder op de eigenlijk-heb-ik-nog-wel-tijd-knop om op tijd te vroeg te zijn. Want we maken een tocht over rivieren en bospaden, over hekken en onder prikkeldraad. Die onthullen we als de draak eindelijk gaat slapen, zodat hij onze sprookjeswereld niet verwoest. Zo reisden ze sprookjesland rond. Sommige sterretjes vinden hun weg niet in het licht, hoe vaak ze het parcours al niet hebben afgelegd. Maar het is nog vroeg en er vallen verrassend weinig traantjes.

En toen werden ze moe. Dat waren ze eigenlijk al en wij ook. Maar op matten rusten lukte, maar voor enkelen en de rest trotseerde de draak.

Ik testte het effect van windvlagen op een bontgekleurde parachute met mijn maantjes tot de regen ons vond en we terug binnen moesten duiken. Maar binnen ging het avontuur verder.

We dansten ook even, in een kring, op muziek van toen ik niet veel ouder was als hen, voor hen onbegrijpelijk.

En toen kwamen er mama’s en papa’s en knuffels en ging de draak weer slapen. Tot morgen dan maar.

De roos-geel-zilveren fee van de maantjes

april 6, 2009 § 1 reactie

Tweeëntwintig kleuters groter en kleiner verdeeld tussen mij en de andere. Ze hebben hippe namen zoals Zita en Wilko. Soms dromen ze weg terwijl je een spel uitlegt. Ik ben hun roos-geel-zilveren toverfee, maar ze noemen me juf omdat ze mijn naam niet altijd kunnen onthouden. Zij zijn mijn maantjes, net iets groter als de sterretjes van de andere toverfee. Ze giechelen graag, allemaal. Ik toverde hen Abracadabrakabimbambeirenwijgaanopsprookjeskamp naar sprookjesland. Want zo simpel is dat.

Ze willen alles aan mij vertellen en dan liefst allemaal tegelijk. De meest triviale weetjes die voor hen logischerwijs in de conversatie passen. Ze luisteren met grote ogen en open monden als ik een verhaal vertel en kunnen niet wachten tot ze de bijbehorende plaatjes kunnen zien.

Er is er eentje die af en toe plots van een op een afstand kijkt. Ze eet haar koekje een meter verder op en als ik naast haar ga zitten en haar vraag of ze het niet leuk vindt, dan antwoordt ze dat ze het wel leuk vindt, en de anderen, die vindt ze ook wel leuk. Eigenlijk weet ze niet waarom ze daar zit. En als ze het even later uitgiert als ze de cactus is en iemand in de billen mag knijpen, weet ik weer dat het ook echt goed zit.

We spelen eilandbal met hoepels en doen even alsof we allemaal Assepoester (en haar broer: Assepoetser) zijn.  Dansen is hun sterkste kant niet en ballen vangen nog veel minder. Maar leuk is het wel. Elkaars naam onthouden lukt enkel tijdens spelletjes, maar wanneer we het echt testen, kennen ze niemand meer. We kleuren met wascos en schrijven onze namen op de achterkant.

We hebben een draak op kamp, in wiens buik je springen kan. Bijna was hij onthoofd, zijn nek gedraaid tot we hem terugdraaiden en hij weer trots kon uitkijken over de sportzaal. Wanneer ik het springkasteel betreed, word ik aangevallen. Maar ik krijg ook kusjes. Want ze zijn ook wel lief.

En ze kunnen enorm veel lawaai maken.

Londres à Noël

april 5, 2009 § Een reactie plaatsen

Het is donderdagavond, de week voor kerst. We vinden onze weg naar de West End, bijna te laat, omdat mijn reisgenote erin is geslaagd haar verrekijker, die ze speciaal voor de gelegenheid heeft aangeschaft, te vergeten. Dat ontdekte ze net voor we op de metro stapten. Ze moest dan ook per sé teruglopen. Gelukkig zijn we wat vroeger vertrokken. Zéér gelukkig, want wanneer zij zo zeker is van een bepaalde metro, zijn we langer onderweg.

Maar nu staan we op de West End, voor het Palace theater, waar we zonet van Spamalot, een Monty Python-geïnspireerde-hilarische-fantastische-parodieopalleanderemusicalsmaarvooralLoydWebbertoestanden musical hebben genoten. We bellen onze andere reisgenote, die wat later is aangekomen in Londen en een dutje deed in haar hotelkamer. Bovendien had ze Spamalot al gezien.

We besluiten iets te gaan drinken in een gezellige pub. Nadat we een plaatsje hebben gevonden, ga ik bestellen. Voor ik de volgende dialoog schrijf, moet ik jullie er even op wijzen dat in Aberystwyth het zeer normaal is om in een café een orange limonade te vragen en een glas met appelsiensap en gewone limonade (meestal uit een soort spuit) te krijgen.

Me: Two pints of Carling and an orange lemonade please.

Bartender: Yes (starts drafting beers) Two pints and a what?

Me: An orange lemonade

Bartender: (looks confused)

Me: (noting his French accent) C’est du jus d’orange avec de la limonade.

Bartender: Ah. (asks something to other guy behind bar and gets orange lemonade) C’est …

Me: Merci

Blijven schrijven en andere dingen

april 5, 2009 § Een reactie plaatsen

Plots stop je met schrijven. Het is zoals het dagboekschrijven dat je meestal maar een week volhield en soms zelf maanden aan een stuk tot je het beu was. Omdat je het één dag vergeet, en dan twee en dan de tel kwijtraakt en zoveel te vertellen hebt dat je er niet meer terug aan wil beginnen. Ze kunnen nu eenmaal de foto’s makkelijk volgen en de verhalen zal je ze wel zelf wel vertellen als je hen ziet. Sommige verhalen wou je liever niet opschrijven, maar andere gesprekken had je misschien toch wel willen bewaren. Gelukkig werden leuke quotes vaak opgeschreven op een blad op de muur, een blad dat liefkozend “The Wall” werd genoemd, niet alleen wegens zijn plaats, maar ook een intertextualiteit, of zeg je dan intermedialiteit ofzo, met het gezichtsboek. Dus zal je af en toe misschien wel eens een herinnering proberen op te halen. Vaak met wat hulp van je duizenden foto’s (en dat is geen overdrijving).


Het is vroeg in de ochtend. We staan met z’n achten op het busperron. Ze vertrekken met twee naar Afrika voor vijf weken. We zijn allemaal te laat gaan slapen. Twee wekkers hadden we opgezet zodat hij zeker op tijd zou wakker worden. Ik probeerde nog even verder te slapen terwijl hij opstond, hij moest zijn rugzag nog even gaan halen. Bijna was ik te laat, een keertje te veel op de snoesknop gedrukt, maar dat bleek een illusie te zijn, want hij was er zelf nog niet terug geraakt. Pril nemen we afscheid tot de volgende elektronische postberichten. We nemen een foto, die later bewogen blijkt te zijn, poëtisch, vind ik. Gisteren namen we scherpe foto’s bij de zonsondergang, groepsfoto’s op de laatste dag dat we met z’n allen samen zijn voor een onbepaalde tijd.  Zij stappen op de bus en wij  wuiven tot we hen niet meer zien. Richting zee beslissen we nog even terug te gaan slapen. We hebben nood aan koekjes en ben and jerry’s, maar houden het bij fastfood en de wekelijkse caféquiz, die we tot onze grote verbazing winnen. De laatste berichtjes voor hij zijn gsm achterlaat, laten me lachen.

Waar ben ik?

Je ziet het archief van april, 2009 om Margaux In Wonderland.