ik dans nog elke dag maar niet zoals ik vroeger deed
door de zaal tot mijn hoofd leeg was en mijn adem even stokte
over de grond voelen en toch mijn vleugels uitspreiden
door de spiegel kijken en mijn ogen sluiten voor de realiteit
een ander tegenkomen in je beweging en de zijne overnemen
de pijn vergeten en spelen met de zwaartekracht
de vloer voelen bij elke stap, sprong, schuifel
even alles vergeten
Ze danste cirkels
rond en zacht
op de tippen van zijn tenen
haar armpjes
nog ronder en zachter
rond zijn middel
en haar ogen
groot naar boven
tot ze haar ogen
even groot maar rechtdoor
liet dansen
en haar cirkels
rond en zacht
maar groter
niet op de tippen van zijn tenen pasten
- Ik heb je gemist
- Ik jou ook
- maar niet echt
- Jij of ik?
- Ik
- Hoe bedoel je
- Ik mis je nog steeds
- Ik ben er nu toch?
- Ik weet niet waar je bent, maar hier ben je niet
- Ik weet niet wat ik moet zeggen
- Niets
- Maar
- Je bent hier niet en zolang je niet terugkomt, zal ik je missen.
- Soms begrijp ik jou niet
- Ik ook niet
- Jij ook niet wat?
- Soms begrijp ik mezelf niet, meestal eigenlijk.
- Ben je boos op me?
- Nee
- Wil je dat ik wegga?
- Ik wil dat je terugkomt
- Ik ben hier, godverdomme
- Nee, ik zie het in je ogen
- Ben je ziek? Heb je koorts?
- Ik ben kerngezond en niet gek
- Ik ben weg
- Ik zei het je toch
- Dat je er niet bent
- Maar ik ben er wel!
- Je hebt net gezegd dat je weg bent
- Laat maar
- Ik zal je missen
- Ik jou ook, maar niet echt
- Jij of ik?
- Ik
en ze zwijgen. De ene iets ouder dan de andere. Hun leeftijd is moeilijk te raden. Ze lijken op elkaar en jonger of ouder dan dat ze in werkelijkheid zijn. Je denkt even dat het zussen zijn, maar ze zwijgen tegen elkaar en staren naar een punt waar ze geen ogen kunnen kruisen. Ooit werden ze nagefloten, dat zie je, maar hoe lang het geleden is, dat kan je niet meer achterhalen. Tenzij je het vraagt, maar dat doe je weliswaar niet. Je vraagt een dame nooit naar haar leeftijd en bovendien heb je geen excuus om te communiceren met een onbekende, jammer dat ze geen boek lezen.
De ene heeft wat meer rimpels dan de andere. Dezelfde bruinige kleur op hun gezicht, alsof ze te lang en te veel onder de zonnebank hebben gelegen en bijgevolg ook pigmentvlekken. Hun grijze haar geblondeerd, hoewel ze misschien ooit zwartharig waren. De ene kijkt bijna droevig, haar rimpels trekken haar mond naar beneden en stiekem vind je dat ze een beetje op droopy lijkt.
De ene was knapper dan de andere. Dat zie je. Je vraagt je af wanneer ze zijn opgehouden met lachen en of dat af en toe misschien toch nog gebeurt. Zo op de trein zie je hen voor zich uit staren en je vraagt je af of jij ook zo ongelukkig lijkt als je op die trein naar de mensen staart. Stiekem hoop je dat zij geen vergane glorie zijn, maar vandaag gewoon een mindere dag hebben. Misschien zie je hen morgen met een glimlach en een schittering in hun ogen en dan zie je hoe mooi ze wel niet zijn. Hun schoonheid zie je nog, maar wanneer ze haar terug laten schijnen zal je nooit weten. Je zou hen zo veel willen vragen, maar dat doe je niet. Je beeldt je in wat hun verhaal is en verschuilt je achter je boek, want jij hebt er wel één bij. Tot je opstaat en hen achter laat.
Ze zitten over elkaar in de trein en ze zwijgen.
